
Wie een piercing draagt, moet vóór een MRI-scan, CT-scan of operatie de zorginstelling informeren en de ontvangen instructies volgen. Of een sieraad kan blijven zitten, moet worden verwijderd of moet worden vervangen, hangt af van de procedure, de plek van de piercing, de gebruikte apparatuur en de protocollen van de instelling.
Een materiaal dat als ‘implant-grade’ wordt beschreven, een certificaat van de materiaallot of een sieraad dat niet door een magneet wordt aangetrokken, geeft op zichzelf geen toestemming om de MRI-ruimte binnen te gaan of het sieraad tijdens een onderzoek of operatie te dragen.
Magnetische resonantiebeeldvorming (MRI)
Bij MRI worden een sterk statisch magneetveld, veranderlijke magnetische gradiënten en radiofrequente pulsen gebruikt. Deze onderdelen brengen verschillende risico’s mee: ferromagnetische voorwerpen kunnen worden aangetrokken of verplaatst; radiofrequente energie kan warmte veroorzaken; en metalen kunnen de beeldkwaliteit verstoren, vooral dicht bij het onderzochte gebied.
De veiligheid kan daarom niet alleen uit de naam van een legering worden afgeleid. Materiaal, vorm, afmetingen, positie en scanomstandigheden spelen allemaal een rol. Een veiligheidsclassificatie geldt bovendien uitsluitend voor het hulpmiddel en de omstandigheden die daadwerkelijk zijn gedocumenteerd. Een gewoon piercingsieraad mag niet automatisch als ‘MR Safe’ of ‘MR Conditional’ worden beschouwd.
Informeer het MRI-centrum bij het maken van de afspraak en opnieuw tijdens de screening. Meld alle piercings en geef aan welke verwijderbaar of recent zijn. Volg de instructies van het personeel. Gebruik geen handmagneet of voorafgaande ‘scout’-scan als eigen bewijs dat een sieraad veilig is; de beoordeling is aan het personeel dat verantwoordelijk is voor de MRI-veiligheid.
CT-scan en röntgenfoto’s
Bij CT-scans en röntgenfoto’s worden röntgenstralen gebruikt, niet het sterke magneetveld van een MRI. Een metalen sieraad heeft daar dus niet het risico van magnetische aantrekking dat bij een MRI-omgeving speelt, maar kan artefacten veroorzaken of over de te beoordelen structuren heen vallen als het zich in het beeldveld bevindt. Het effect hangt af van het onderzoek en de positie van het sieraad.
Trek hieruit geen algemene regel als ‘het mag blijven zitten’ of ‘het moet er altijd uit’. Meld de piercing aan de radioloog of radiodiagnostisch laborant en vraag of het sieraad voor dat specifieke onderzoek moet worden verwijderd of aangepast. Verwissel het niet zonder eerst af te spreken hoe het kanaal zo nodig open kan blijven.
Operaties
Meld vóór de operatie alle piercings aan het chirurgische en anesthesiologische team, ook piercings die niet direct zichtbaar of niet verwijderbaar zijn. De instelling kan vragen om verwijdering vanwege de voorbereiding van het operatieveld, de positionering, de gebruikte instrumenten of de luchtweg. De regels kunnen per ingreep en lokaal protocol verschillen.
Tijdens anesthesie en intubatie kan een mond- of neussieraad de handelingen hinderen of verschuiven; het team beoordeelt het risico en geeft specifieke instructies. Bij elektrochirurgie kan het risico niet worden samengevat als ‘elk metalen sieraad veroorzaakt automatisch een brandwond’: dit hangt af van de omstandigheden en de procedure. Beslis niet zelf of het metaal kan blijven zitten; die beoordeling is aan het operatiekamerteam.
Retainers en planning
Vraagt de instelling om het sieraad te verwijderen terwijl het kanaal open moet blijven, neem dan vooraf contact op om af te spreken of een retainer is toegestaan en welk type. Een retainer is niet automatisch geschikt omdat die niet van metaal is, flexibel is of als ‘medisch’ wordt verkocht. Controleer het materiaal, het model, de gebruiksomstandigheden en of het team dat de procedure uitvoert de retainer accepteert.
- Plaats of behoud voor een MRI geen retainer zonder bevestiging van het MRI-centrum. Een etiket of algemene materiaalverklaring vervangt de beoordeling van het hulpmiddel en de scanomstandigheden niet.
- Vraag bij chirurgie en anesthesie aan het team of een retainer is toegestaan en of die voor een bepaalde fase moet worden verwijderd, bijvoorbeeld voor luchtwegbeheer of het operatieveld.
- Is de piercing recent of vernauwt het kanaal wanneer het sieraad wordt verwijderd, raadpleeg dan tijdig een gekwalificeerde piercer nadat je hebt gecontroleerd dat de instelling een vervanging toestaat. Hoe snel een kanaal vernauwt verschilt; er is geen garantie dat het gedurende een vooraf bepaalde periode open blijft.
- Improviseer in het ziekenhuis geen vervanging met canules of andere hulpmiddelen. Elk tijdelijk hulpmiddel of elke handeling aan het kanaal moet met het zorgpersoneel worden afgestemd en volgens de procedures van de instelling worden uitgevoerd.
Materialen en documentatie: wat bewijst een certificaat?
ASTM- en ISO-aanduidingen verwijzen naar materiaalspecificaties met vastgelegde samenstelling en eisen. Voor sommige legeringen voor implantaten worden bijvoorbeeld ASTM F136 / ISO 5832-3 voor een titaniumlegering en ASTM F138 / ISO 5832-1 voor roestvrij staal gebruikt. De precieze aanduiding zegt meer dan algemene commerciële termen als ‘chirurgisch staal’.
Een Mill Test Certificate (certificaat van het uitgangsmateriaal) kan de materiaalkwaliteit en het lotnummer documenteren van de grondstof die aan de fabrikant is geleverd. Op zichzelf bewijst het echter niet noodzakelijk dat een afzonderlijk afgewerkt sieraad daadwerkelijk uit dat lot afkomstig is. Het certificeert evenmin steriliteit, geschiktheid voor iedereen, conformiteit van alle eigenschappen van het sieraad of veiligheid voor een bepaalde MRI. Traceerbaarheid bewaren is nuttig, maar vervangt de klinische screening of de instructies van de instelling niet.
In de Europese Unie bepaalt bijlage XVII van REACH dat de nikkelafgifte uit stiften die bedoeld zijn om in oren of andere gepiercete lichaamsdelen te worden ingebracht, minder dan 0,2 µg/cm² per week moet bedragen. De Commissie noemt EN 1811:2023 als de actuele referentietestmethode voor deze stiften en voor artikelen die bedoeld zijn voor direct en langdurig huidcontact. Deze conformiteit betreft nikkelafgifte: het is geen MRI-veiligheidscertificering en geeft op zichzelf geen toestemming voor gebruik tijdens een CT-scan of operatie.
Het nuttigst is om de beschikbare informatie over het sieraad met de instelling te delen en instructies te vragen voor het specifieke onderzoek of de operatie. Wordt gevraagd het sieraad te verwijderen, plan dan tijdig een eventuele vervanging en het terugplaatsen. Laat het behoud van het sieraad niet voorgaan op de aanwijzingen van het zorgteam.
Bronnen
- U.S. Food and Drug Administration — MRI: Benefits and Risks.
- National Health Service (NHS) — MRI-scan: voorbereiding en screening.
- RadiologyInfo.org — How to Prepare for Your CT Exam.
- Association of Professional Piercers — Jewelry for Initial Piercings.
- Association of Professional Piercers — Preparing for Medical & Dental Procedures.
- Smith F. — Caring for Surgical Patients With Piercings, AORN Journal (2016), abstract op PubMed.
- Europese Unie — Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH), bijlage XVII, vermelding 27.
- Europese Commissie — Mededeling C/2023/1604: norm EN 1811:2023 voor nikkelafgifte.
Bronnen geraadpleegd op 14 oktober 2026. Deze informatie vervangt niet de instructies van het diagnostisch centrum, de chirurg of de anesthesioloog.